Filemon
Een eenzaam boek in de bijbel.
Als ik het boek zo lees (zonder theologie gestudeerd te hebben) dan lees ik over een oude man die in de gevangenis zit en een brief aan zijn vrienden schrijft. Hij schrijft over het feit waarom hij in de gevangenis zit, en over een persoon die hij bij zich heeft. In die tijd was het hebben van een slaaf heel gewoon, en de persoon waar het over gaat, Onesimus, is eigenlijk ook zo ongeveer een slaaf. De naam klinkt mij Rooms in de oren en het zou mij niet verbazen als hij een bekeerde Romein was. Misschien zelfs wel iemand met een bepaald verleden. Een verleden waar de vrienden van Paulus niet omheen konden. Wat ze niet kunnen vergeten en vergeven. En nu Paulus weet dat hij niet veel meer buiten de gevangenis zal leven, wil deze Onesimus niet meeslepen maar zijn vrijheid teruggeven. Paulus weet ook hoe zijn vrienden denken en geeft ze alvast een waarschuwing, maar vooral een reden om deze man als hun gelijke in de vriendenkring op te nemen.
Hij heeft immers al die tijd zich niet nuttig kunnen maken, maar nu juist wel. Daarom mag hij terug. En alles wat deze man in het verleden gedaan heeft mag verhaald worden op de rekening van Paulus! Dat is makkelijk gezegd als hij in de gevangenis zit! Paulus gaat er trouwens ook vanuit dat men ervoor bid dat hij vrij zal komen. Mooi om te lezen hoeveel vertrouwen hij in zijn vrienden had. Hij zat er trouwens niet alleen, je kunt de namen lezen van zijn andere vrienden die ook al gevangen zaten omdat zij over Jezus vertelden.
Jezus zelf heeft het gezegd: mensen zullen je vervolgen als je hen over Mij verteld. Ze zullen je martelen en gevangen zetten, ja, misschien wel doden.
En dat gebeurd. In de tijd van Paulus, vlak na de tijd dat Jezus geleefd heeft, maar ook nu nog. Ook nu is dit nog steeds de waarheid. Praten over Jezus kan je heel veel kosten. En dan heb ik het niet over persoonlijke drempels die je moet overwinnen.
De bijbel, een heel dik boek. Deze man, medewerker van Paulus, Filemon. 1 hoofdstuk, 25 verzen. Kan dat wel belangrijk zijn?
Zoals je in het eerste gedeelte van deze blog kunt lezen gaat het onder andere over het accepteren van mensen buiten je eigen kring. Het kijken naar wat iemand kan, en niet waar hij vandaan komt. Paulus stelt Onesimus zelfs gelijk aan hemzelf.
Verder lezen we dat het feit dat iets gewoon gedaan moet worden nog geen excuus kan geven om het dwingend te vragen of te eisen. Iets uit liefde vragen wordt eerder geaccepteerd dan het opdringen van iets.
Meer geschiedkundig kunnen we lezen dat men nog steeds heel voorzichtig was met het uitdragen van het geloof. Ze delen hun geloof nog steeds in een huisgemeente. Samenkomen bij iemand in huis en je geloof belijden en verdiepen. Dat schept een band.
Één boek, één hoofdstuk, 25 verzen. Belangrijk genoeg om de bijbel te halen. Lees het af en toe eens door en laat je gedachten afdwalen naar die tijd. Laat deze brief van Paulus tot leven komen.
Als we Colossenzen 4 erbij pakken, lezen we ook dezelfde brief. Ook in deze brief wordt Onesimus genoemd. Inderdaad, hij wordt even genoemd, alleen in vers 9. Niet de hele brief gaat over Onesimus. Kenden Filemon en Onesimus elkaar dan?
Genoeg om weer even over na te denken.
Gods Zegen
Een blog waarin ik, naast persoonlijke dingen, ook overdenkingen plaats over hoe wij in deze samenleving met God omgaan.
Posts tonen met het label Paulus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paulus. Alle posts tonen
vrijdag 8 april 2016
vrijdag 31 januari 2014
Ontworteld
Raken we niet allemaal een keertje de weg kwijt?
We kennen allemaal het gevoel dat we soms op een dood spoor zitten. Niets lukt meer, alles zit tegen, de wereld is tegen ons en hoe goed we ons best ook doen, niets lukt. We hebben dan vaak al een geruime tijd in een bepaald patroon geleefd wat op dat moment 'goed' voor ons was. Toch komt voor iedereen het moment dat er iets gaat veranderen. Bij sommigen gebeurt dat geleidelijk, bij anderen redelijk plotseling. Hoe het ook gebeurt, het voelt altijd alsof je wortels ontwricht worden. En soms is het langzaam weggerukt worden pijnlijker als het snel ontwortelen.
Eenmaal de vaste grond kwijt zijn we als kleine kinderen die hun ouders kwijt zijn. We kijken verdwaasd rond, lopen doelloos naar plekken waarvan we niet weten wat we er moeten doen. Aangeven dat je hulp nodig hebt doe je niet, want dan laat je zien dat je 'zwak' bent, en dat kan niet in deze maatschappij.
Waarom je ook het gevoel hebt 'ontwortelt' te zijn, weet dat je altijd ergens terecht kunt. Al voordat Hij de wereld maakte, heeft God ons uitgekozen, wij die één met Christus zijn. (Efez. 1:4).
God had voordat Hij de wereld maakte al een plan voor jou. Je kunt altijd bij de Vader terecht. Altijd? Ja, altijd! Gods Zoon heeft zijn leven en zijn bloed gegeven om ons van de zonde te verlossen. Alles wat wij hebben misdaan, is ons daardoor vergeven. Wat een rijke genade! (Efez. 1:7)
Aanzien kun je in de ogen van God niet verdienen, genade kun je niet verdienen. God geeft je dat.
Maar ieder van ons heeft genade gekregen, naar de mate waarin Christus die gegeven heeft. (Efez. 4:7)
Hoe ontworteld je ook bent, weet dat je thuishoort bij het lichaam van Christus. Je kunt altijd bij Hem terecht. Volg het voorbeeld van Jezus, luister naar de woorden van God en stel je dienstbaar op.
Wij zullen dan niet langer als kinderen zijn, die zomaar van gedachten veranderen. Wij laten ons dan ook niet meer door van alles beïnvloeden. Ook niet door de verkeerde leer van slimme mensen die ons op een dwaalspoor willen brengen. Nee, dan zullen wij vol liefde de waarheid volgen en alleen doen wat waar is en zo steeds meer één worden met Christus, die het hoofd is van het lichaam, de Gemeente. Door Hem wordt het lichaam prachtig samengevoegd, elk deel helpt de andere delen naar vermogen, zodat het hele lichaam gezond groeit en vol liefde is. (Efez. 4:14-16)
Een heerlijk zeker gevoel om altijd ergens op terug te kunnen vallen.
donderdag 9 januari 2014
Levensstijl
Geschreven door Paulus vanuit de gevangenis.
Ik bid dat u meer en meer van liefde zult overvloeien, zodat u een diep geloof en inzicht in de dingen van God zult krijgen. Ik wil dat u scherp kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver zijn, zonder dat er iets op u aan te merken is, en zal uit heel uw doen en laten blijken dat u, dankzij Jezus Christus, Gods wil doet. Daarvoor moet God geëerd en geprezen worden.
Het volgende wil ik u graag laten weten, beste vrienden: alles wat mij hier is overkomen, heeft ertoe bijgedragen dat het goede nieuws over Jezus Christus beter bekend werd. Allen hier, ook de soldaten, weten dat ik vanwege mijn geloof in Christus gevangen zit. En door mijn gevangenschap lijken vele christenen hier hun vrees voor de boeien te hebben overwonnen. Op de een of andere manier heeft mijn geduld hen bemoedigd, met als gevolg dat zij steeds vrijmoediger spreken over Jezus Christus. (Filippenzen 1:9-14)
Er vallen mij een paar dingen op in dit stukje. Ten eerste dat Paulus bid dat de mensen van Filipi en de leiders en diakenen over zullen vloeien van liefde. Want daardoor zullen zij in staat zijn onderscheid te maken tussen wat wel en niet hoort. Tussen goed en fout. Ze zullen dan op gaan vallen door hun manier van leven. Daardoor zal het licht van Jezus gaan schijnen in het hart van andere mensen. 'Goed voorbeeld doet goed volgen' zeggen we toch vaak? En dat dat inderdaad zo is bewijst Paulus gelijk met zijn vervolg: vele christenen lijken hun angst aan de kant gezet te hebben om voor hun geloof uit te komen. Juist door de gevangenschap van Paulus. Door alles wat hij doormaakt in de gevangenis en de manier waarmee hij ermee om gaat zijn een grote stimulans voor zijn mede-christenen.
Ben jij wel eens een bemoediging voor je directe omgeving? Laat jij het 'licht' wel eens schijnen?
Ik bid dat u meer en meer van liefde zult overvloeien, zodat u een diep geloof en inzicht in de dingen van God zult krijgen. Ik wil dat u scherp kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver zijn, zonder dat er iets op u aan te merken is, en zal uit heel uw doen en laten blijken dat u, dankzij Jezus Christus, Gods wil doet. Daarvoor moet God geëerd en geprezen worden.
Het volgende wil ik u graag laten weten, beste vrienden: alles wat mij hier is overkomen, heeft ertoe bijgedragen dat het goede nieuws over Jezus Christus beter bekend werd. Allen hier, ook de soldaten, weten dat ik vanwege mijn geloof in Christus gevangen zit. En door mijn gevangenschap lijken vele christenen hier hun vrees voor de boeien te hebben overwonnen. Op de een of andere manier heeft mijn geduld hen bemoedigd, met als gevolg dat zij steeds vrijmoediger spreken over Jezus Christus. (Filippenzen 1:9-14)
Er vallen mij een paar dingen op in dit stukje. Ten eerste dat Paulus bid dat de mensen van Filipi en de leiders en diakenen over zullen vloeien van liefde. Want daardoor zullen zij in staat zijn onderscheid te maken tussen wat wel en niet hoort. Tussen goed en fout. Ze zullen dan op gaan vallen door hun manier van leven. Daardoor zal het licht van Jezus gaan schijnen in het hart van andere mensen. 'Goed voorbeeld doet goed volgen' zeggen we toch vaak? En dat dat inderdaad zo is bewijst Paulus gelijk met zijn vervolg: vele christenen lijken hun angst aan de kant gezet te hebben om voor hun geloof uit te komen. Juist door de gevangenschap van Paulus. Door alles wat hij doormaakt in de gevangenis en de manier waarmee hij ermee om gaat zijn een grote stimulans voor zijn mede-christenen.
Ben jij wel eens een bemoediging voor je directe omgeving? Laat jij het 'licht' wel eens schijnen?
zondag 6 oktober 2013
Bemoediging
Brief van Apostel Paulus aan Timotheüs. (Geestelijk kind van Paulus)
In deze brief vielen mij een aantal dingen op.
Vers 6:
Daarom dring ik erop aan dat je de gave van God, die je ontving toen ik je de handen oplegde, zult ontwikkelen.
Kreeg Timotheüs zijn gave pas toen Paulus hem de handen oplegde? God geeft iedereen toch vanaf zijn geboorte al talenten en gaven mee? Of worden die gaven 'vrij gezet' en 'geactiveerd' met het handen opleggen? Of is het 'handen opleggen' niet meer van deze tijd?
God heeft mij aangesteld als apostel en leraar om zijn boodschap te verkondigen. (vers 11)

Hier geeft Paulus aan dat hij meerdere bedieningen behartigd. Hij is apostel, alsook leraar. Hij start dus een gemeente daar waar God wil dat hij dat doet, én hij onderwijst de mensen in het Woord van God. Daarnaast is het noodzakelijk om, Timotheüs in dit geval, op te leiden zodat hij de taken van Paulus over kan nemen als Paulus weer verder moet. Of niet in staat is om zijn taken uit te voeren. Zoals op het moment dat hij deze brief schreef, en in de gevangenis zat.
Hij bemoedigd Timotheüs om juist dat te vertellen wat hem geleerd is, en ook niet te ontkennen dat hij een vriend van Paulus is, ook al zit hij nu in de gevangenis. Schaam je er niet voor, zegt Paulus.
Vers 13 en 14:
Houd vast aan de waarheden die ik je geleerd heb, de waarheden over het geloof en de liefde die Christus Jezus geeft. Waak over de schat die de Heilige Geest die in ons woont, ons heeft gegeven.
Als waarheden geeft Paulus hier geloof en liefde. Hij noemt het zelfs de schat van de Heilige Geest. En die Heilige Geest woont al in ons. Daar kun je ten alle tijden op terug vallen, en nieuwe inspiratie uit halen. Als je er maar voor open staat.
In deze brief vielen mij een aantal dingen op.
Vers 6:
Daarom dring ik erop aan dat je de gave van God, die je ontving toen ik je de handen oplegde, zult ontwikkelen.
Kreeg Timotheüs zijn gave pas toen Paulus hem de handen oplegde? God geeft iedereen toch vanaf zijn geboorte al talenten en gaven mee? Of worden die gaven 'vrij gezet' en 'geactiveerd' met het handen opleggen? Of is het 'handen opleggen' niet meer van deze tijd?
God heeft mij aangesteld als apostel en leraar om zijn boodschap te verkondigen. (vers 11)

Hier geeft Paulus aan dat hij meerdere bedieningen behartigd. Hij is apostel, alsook leraar. Hij start dus een gemeente daar waar God wil dat hij dat doet, én hij onderwijst de mensen in het Woord van God. Daarnaast is het noodzakelijk om, Timotheüs in dit geval, op te leiden zodat hij de taken van Paulus over kan nemen als Paulus weer verder moet. Of niet in staat is om zijn taken uit te voeren. Zoals op het moment dat hij deze brief schreef, en in de gevangenis zat.
Hij bemoedigd Timotheüs om juist dat te vertellen wat hem geleerd is, en ook niet te ontkennen dat hij een vriend van Paulus is, ook al zit hij nu in de gevangenis. Schaam je er niet voor, zegt Paulus.
Vers 13 en 14:
Houd vast aan de waarheden die ik je geleerd heb, de waarheden over het geloof en de liefde die Christus Jezus geeft. Waak over de schat die de Heilige Geest die in ons woont, ons heeft gegeven.
Als waarheden geeft Paulus hier geloof en liefde. Hij noemt het zelfs de schat van de Heilige Geest. En die Heilige Geest woont al in ons. Daar kun je ten alle tijden op terug vallen, en nieuwe inspiratie uit halen. Als je er maar voor open staat.
Leef in geloof, handel uit liefde
zaterdag 13 juli 2013
Apostel Paulus, wet of geest?
2 Korinthiërs
Paulus begint zijn brieven aan de diverse gemeenten vaak met: "Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God." Hiermee zegt hij dat hij niet zichzelf tot apostel gemaakt heeft, maar dat hij in opdracht van God tot deze taak geroepen is. En apostel is zeker geen makkelijke roeping, dat kun je door de hele bijbel lezen. Het zijn de pioniers van het geloof, de "ijsbrekers der bevroren vlaktes" die de eerste klappen vaak opvangen voordat harten bereid zijn te luisteren naar de boodschap.
In 2 Korinthiërs 2 verteld Paulus iets meer over de roeping van apostel. In vers 17 staat dat "wij (apostelen) het niet doen om aan het Woord van God te verdienen, maar er in alle oprechtheid over spreken, in opdracht van God". Iets daarvoor heeft hij het over het verspreiden van de geur van het evangelie, waarvan de geur voor de één ruikt als de dood, voor de ander de zoete geur van het leven heeft. Het was voor Paulus ook al wel duidelijk dat je niet iedereen kunt redden.
Maar wat mij echt opviel in het derde boek, is dat Paulus het over Mozes heeft toen hij terug van de berg kwam met de tien geboden. Het gezicht van Mozes glansde helemaal, na zijn ontmoeting met God. Zijn gezicht straalde toen hij met de geboden naar het volk liep, en de mensen zagen dat ook. Na verloop van tijd verdween die glans echter. En om dat voor het volk te verbergen droeg Mozes een sluier.
In het derde hoofdstuk gaat hij nog verder. Vers 6: Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
Hij verteld over het feit dat mensen de wet na verloop van tijd niet meer zo nauw nemen. Kijk eens naar jezelf. Je rijd elke dag via dezelfde weg naar je werk. De maximum snelheid ligt op 80 km/uur. Je weet heel goed dat als je te hard rijd, de kans bestaat dat je een bekeuring krijgt. Maar je rijd er elke dag, en je hebt er nog nooit problemen mee gehad. Dan kun je best een keertje te hard rijden, toch? Je kunt dan toch best een keertje zondigen? Je houd je altijd al aan de regels, een keertje overslaan maakt dan niet zoveel uit, toch? Als je gelooft door de Geest, dan is die drang er niet. Je wilt dan het goede doen vanuit jezelf, niet omdat het ergens op papier staat. Als je verliefd bent op iemand, dan voel je dat van binnen. Je bent het niet omdat het ergens op een papiertje geschreven staat. Je wordt eerst verliefd en gaat dan pas trouwen.
De weg van het leven loopt niet tussen vaste belijningen. De lijnen staan er zeker weten wel, maar je kunt eroverheen als je wilt. Natuurlijk is dat niet de bedoeling, maar die keus is aan onszelf. We zijn vrij om onze eigen weg te kiezen. Wees je er echter wel van bewust dat diegene die de lijnen op de weg gezet heeft, dat niet voor niets heeft gedaan. Misschien staan die lijnen er wel om je in de juiste baan te leiden? Laat jij je leiden?
zondag 21 april 2013
Apostolische vrijheid
1 Korinthiërs 9
De vrijheid van de apostelen
1 Ik zou zelf niet vrij zijn? Ik zou geen apostel zijn? Maar heb ik dan niet Jezus, onze Heer, gezien? Bent u niet het werk dat ik dankzij de Heer tot stand heb gebracht? 2 Ook al erkennen anderen mij niet als apostel, u zou het wel moeten doen, want u bent door uw geloof in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. 3 Ziehier mijn verdediging tegen wie zich een oordeel over mijn apostelschap aanmatigen. 4 Hebben wij geen recht op eten en drinken? 5 Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas? 6 Of zouden nu uitgerekend Barnabas en ik in ons eigen levensonderhoud moeten voorzien? 7 Wie gaat er nu op eigen kosten in krijgsdienst? Wie plant er een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie hoedt er een kudde en drinkt niet van de melk? 8 Dit is niet alleen een algemene waarheid, het staat ook in de wet, 9 want in de wet van Mozes staat: ‘U mag een dorsend rund niet muilbanden.’ Maar bekommert God zich dan om runderen? 10 Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: ‘Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.’ 11 Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten? 12 Als anderen hierop al aanspraak kunnen maken, kunnen wij het dan niet des te meer? We hebben echter geen gebruik gemaakt van onze rechten; integendeel, we verdragen alles, omdat we de verkondiging van het evangelie van Christus niets in de weg willen leggen. 13 U weet toch dat wie in de tempel dienstdoen daarvan leven, en dat wie aan het altaar dienen een deel van het offervlees krijgen? 14 Voor hen die het evangelie bekendmaken geldt hetzelfde: de Heer heeft bepaald dat zij door te verkondigen in hun levensonderhoud mogen voorzien. 15 Maar ik heb van geen van deze rechten ooit gebruikgemaakt, en dat schrijf ik niet om ze nu bij u op te eisen. Ik zou liever sterven. Geen mens zal me deze roem ontnemen. 16 Dat ik verkondig is niet iets om me op te laten voorstaan. Ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen. 17 Als ik het uit eigen beweging zou doen, zou ik recht op betaling hebben. Maar ik doe het niet uit vrije wil; deze opdracht is mij toevertrouwd. 18 Wat is nu mijn loon? Dat ik het evangelie verkondig zonder er iets voor terug te vragen en dus geen gebruik maak van de rechten die de verkondiging mij geeft. 19 Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. 20 Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. 21 En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus. 22 Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. 23 Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen. 24 Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint. 25 Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke. 26 Daarom ren ik niet als iemand die geen doel heeft, vecht ik niet als een vuistvechter die in de lucht slaat. 27 Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing, want ik wil niet aan anderen de spelregels opleggen om uiteindelijk zelf te worden gediskwalificeerd.
Ik heb de volledige tekst van hoofdstuk 9 van deze brief aan de Korinthiërs maar even neergezet. Dan blijft alles in zijn verband staan. Het gaat hier volgens de titel die aan dit stuk gegeven is, om de vrijheden die apostelen hebben. Wat er voor mij uitspringt zijn de verzen 6 en 12. In vers 6 geeft Paulus aan dat de apostelen recht hebben op eten, drinken en levensonderhoud. In vers 12 geeft hij echter gelijk aan dat hij dit niet doet om het verspreiden van het evangelie niet te dwarsbomen. Verspreiding van het evangelie was dus de hoofdtaak van de apostelen. Dat wisten we natuurlijk al, maar hier staat het toch nog even duidelijk omschreven. Hoe zit dat tegenwoordig? Is het nog steeds de hoofdtaak? Of gaat het tegenwoordig om andere dingen? Om hoe snel de gemeente groeit of hoe groot de gemeente aan het worden is? Wel of geen wetten uit het oude verbond?
Later verteld hij dat hij voor iedereen wel iets anders betekend. Voor de zwakken is hij ook zwak geworden, om zo hetzelfde als hen te zijn. Hij past zich aan de omstandigheden aan als een kameleon, om zo in elke situatie mensen te redden en het evangelie te verkondigen. Passen voorgangers zich heden ten dage ook nog steeds aan de mensen aan? Of profileren ze zich op hele andere manieren? En hoe kijken wij als 'toehoorders' daar tegenaan? Paulus deed er alles voor om de beloftes van het evangelie te ontvangen. Hij ging voor de volle winst. Zonder dingen te eisen waar hij eigenlijk recht op had. Dat is de vrijheid van de apostelen.....
De vrijheid van de apostelen
1 Ik zou zelf niet vrij zijn? Ik zou geen apostel zijn? Maar heb ik dan niet Jezus, onze Heer, gezien? Bent u niet het werk dat ik dankzij de Heer tot stand heb gebracht? 2 Ook al erkennen anderen mij niet als apostel, u zou het wel moeten doen, want u bent door uw geloof in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. 3 Ziehier mijn verdediging tegen wie zich een oordeel over mijn apostelschap aanmatigen. 4 Hebben wij geen recht op eten en drinken? 5 Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas? 6 Of zouden nu uitgerekend Barnabas en ik in ons eigen levensonderhoud moeten voorzien? 7 Wie gaat er nu op eigen kosten in krijgsdienst? Wie plant er een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie hoedt er een kudde en drinkt niet van de melk? 8 Dit is niet alleen een algemene waarheid, het staat ook in de wet, 9 want in de wet van Mozes staat: ‘U mag een dorsend rund niet muilbanden.’ Maar bekommert God zich dan om runderen? 10 Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: ‘Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.’ 11 Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten? 12 Als anderen hierop al aanspraak kunnen maken, kunnen wij het dan niet des te meer? We hebben echter geen gebruik gemaakt van onze rechten; integendeel, we verdragen alles, omdat we de verkondiging van het evangelie van Christus niets in de weg willen leggen. 13 U weet toch dat wie in de tempel dienstdoen daarvan leven, en dat wie aan het altaar dienen een deel van het offervlees krijgen? 14 Voor hen die het evangelie bekendmaken geldt hetzelfde: de Heer heeft bepaald dat zij door te verkondigen in hun levensonderhoud mogen voorzien. 15 Maar ik heb van geen van deze rechten ooit gebruikgemaakt, en dat schrijf ik niet om ze nu bij u op te eisen. Ik zou liever sterven. Geen mens zal me deze roem ontnemen. 16 Dat ik verkondig is niet iets om me op te laten voorstaan. Ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen. 17 Als ik het uit eigen beweging zou doen, zou ik recht op betaling hebben. Maar ik doe het niet uit vrije wil; deze opdracht is mij toevertrouwd. 18 Wat is nu mijn loon? Dat ik het evangelie verkondig zonder er iets voor terug te vragen en dus geen gebruik maak van de rechten die de verkondiging mij geeft. 19 Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. 20 Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. 21 En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus. 22 Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. 23 Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen. 24 Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint. 25 Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke. 26 Daarom ren ik niet als iemand die geen doel heeft, vecht ik niet als een vuistvechter die in de lucht slaat. 27 Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing, want ik wil niet aan anderen de spelregels opleggen om uiteindelijk zelf te worden gediskwalificeerd.
Ik heb de volledige tekst van hoofdstuk 9 van deze brief aan de Korinthiërs maar even neergezet. Dan blijft alles in zijn verband staan. Het gaat hier volgens de titel die aan dit stuk gegeven is, om de vrijheden die apostelen hebben. Wat er voor mij uitspringt zijn de verzen 6 en 12. In vers 6 geeft Paulus aan dat de apostelen recht hebben op eten, drinken en levensonderhoud. In vers 12 geeft hij echter gelijk aan dat hij dit niet doet om het verspreiden van het evangelie niet te dwarsbomen. Verspreiding van het evangelie was dus de hoofdtaak van de apostelen. Dat wisten we natuurlijk al, maar hier staat het toch nog even duidelijk omschreven. Hoe zit dat tegenwoordig? Is het nog steeds de hoofdtaak? Of gaat het tegenwoordig om andere dingen? Om hoe snel de gemeente groeit of hoe groot de gemeente aan het worden is? Wel of geen wetten uit het oude verbond?
Later verteld hij dat hij voor iedereen wel iets anders betekend. Voor de zwakken is hij ook zwak geworden, om zo hetzelfde als hen te zijn. Hij past zich aan de omstandigheden aan als een kameleon, om zo in elke situatie mensen te redden en het evangelie te verkondigen. Passen voorgangers zich heden ten dage ook nog steeds aan de mensen aan? Of profileren ze zich op hele andere manieren? En hoe kijken wij als 'toehoorders' daar tegenaan? Paulus deed er alles voor om de beloftes van het evangelie te ontvangen. Hij ging voor de volle winst. Zonder dingen te eisen waar hij eigenlijk recht op had. Dat is de vrijheid van de apostelen.....
zaterdag 16 maart 2013
Gemeente zijn
Aanwijzingen van Paulus
Het boek Titus gaat over een brief die Paulus aan Titus schreef. Titus was als leerling van Paulus altijd heel dicht bij Paulus geweest. Samen waren ze op Kreta, toen Paulus weer door moest reizen. Titus was leider van de gemeente op Kreta. In deze brief verteld Paulus nog maar eens aan Titus hoe hij de gemeente moest leiden. Eerder schreef Paulus al een dergelijke brief aan Timotheüs.
Leiders
In het eerste gedeelte worden voorwaarden gesteld aan de leiders van een gemeente. Ook Titus moest zijn gemeenteleden voorbereiden op het leiderschap. Daar kwam alleen niet iedereen voor in aanmerking.
Een aantal punten die genoemd worden zijn:
- het moeten mannen zijn waar niets op aan te merken is
- ze mogen maar 1 vrouw hebben
- zijn kinderen moeten gelovig zijn
- niet losbandig, ongehoorzaam, trots, driftig of verslaafd zijn aan drank
- niet gewelddadig of hebzuchtig zijn
- een zuiver, verstandelijk, eerlijk en geestelijk leven leiden
- sober zijn
- hun geloof moet sterk en onwrikbaar zijn
Dat zijn nogal wat voorwaarden waaraan voldaan moest worden. Dezelfde voorwaarden worden in 1 Timotheüs 3:2-7 genoemd. Hier worden dezelfde voorwaarden ook genoemd voor helpers. Ook zij moesten een sober, eerlijk en voornaam leven leiden.
In de hoofdstukken 2 en 3 van Titus, gaat het over de leefregels binnen de gemeente en in de samenleving. Hier is te lezen dat de oudere mannen en vrouwen een voorbeeld moesten zijn voor de jongeren. Goed voorbeeld doet goed volgen. Als je gaat kijken naar de samenleving, dan moet men het gezag gehoorzamen. Dat weten we allemaal natuurlijk. Ook is het niet toegestaan om verkeerde dingen over of van andere mensen te zeggen. Lijkt me ook duidelijk. Gelukkig doet niemand dit ook. Het wordt ook afgeraden om met discussies mee te doen over schijnbare problemen en stambomen. En iemand die verdeeldheid zaait, moet je één, hooguit twee keer waarschuwen. Als hij dan nog doorgaat, dan moet je niet meer met hem omgaan.
Dat zijn nogal sterke uitlatingen die niet altijd even makkelijk op te volgen zijn. Toch weten we het allemaal, en kennen we deze vormen van omgang ook wel, alleen is het er eigenlijk al een beetje onzichtbaar ingeslopen dat we al snel over iemand zeggen dat het bijvoorbeeld een lastpak is. Of dat iemand altijd voor problemen zorgt.
In Timotheüs kunnen we lezen dat al deze voorwaarden ook zeker gelden voor de manier waarop de man thuis zijn gezin leid. Al deze voorwaarden gelden dus eigenlijk ook voor elke man die een gezin heeft. Hoe is dat tegenwoordig? Voldoen we hier allemaal aan?
Om mensen te vinden die aan al deze voorwaarden voldoen, is eigenlijk onmogelijk. Je kunt misschien wel wat mensen vinden die er behoorlijk bij in de buurt komen. En natuurlijk wordt de kans groter om zo iemand te vinden, naarmate je zelf als leider, zoals Titus in dit geval, het goede voorbeeld geeft. Al die dingen die je in een ander zoekt, moet je zelf ook uitdragen en uitleven. Je moet als het ware als een vader voor je mensen zijn. Zeker voor de mensen binnen je gemeente.
Mannen die een gezin hebben, weten hoe moeilijk het soms al is om een vader voor zijn eigen gezin te zijn. Stel je voor dat je tientallen, of zelfs honderden mensen in je gezin hebt zitten. Ook binnen je eigen gezin mopperen je kinderen, terwijl je het beste met ze voor hebt. Dat gebeurt dus in veelvoud binnen een gemeente. En blijf dan maar eens een vriendelijke, liefdevolle vader!
In de hoofdstukken 2 en 3 van Titus, gaat het over de leefregels binnen de gemeente en in de samenleving. Hier is te lezen dat de oudere mannen en vrouwen een voorbeeld moesten zijn voor de jongeren. Goed voorbeeld doet goed volgen. Als je gaat kijken naar de samenleving, dan moet men het gezag gehoorzamen. Dat weten we allemaal natuurlijk. Ook is het niet toegestaan om verkeerde dingen over of van andere mensen te zeggen. Lijkt me ook duidelijk. Gelukkig doet niemand dit ook. Het wordt ook afgeraden om met discussies mee te doen over schijnbare problemen en stambomen. En iemand die verdeeldheid zaait, moet je één, hooguit twee keer waarschuwen. Als hij dan nog doorgaat, dan moet je niet meer met hem omgaan.
Dat zijn nogal sterke uitlatingen die niet altijd even makkelijk op te volgen zijn. Toch weten we het allemaal, en kennen we deze vormen van omgang ook wel, alleen is het er eigenlijk al een beetje onzichtbaar ingeslopen dat we al snel over iemand zeggen dat het bijvoorbeeld een lastpak is. Of dat iemand altijd voor problemen zorgt.
In Timotheüs kunnen we lezen dat al deze voorwaarden ook zeker gelden voor de manier waarop de man thuis zijn gezin leid. Al deze voorwaarden gelden dus eigenlijk ook voor elke man die een gezin heeft. Hoe is dat tegenwoordig? Voldoen we hier allemaal aan?
Om mensen te vinden die aan al deze voorwaarden voldoen, is eigenlijk onmogelijk. Je kunt misschien wel wat mensen vinden die er behoorlijk bij in de buurt komen. En natuurlijk wordt de kans groter om zo iemand te vinden, naarmate je zelf als leider, zoals Titus in dit geval, het goede voorbeeld geeft. Al die dingen die je in een ander zoekt, moet je zelf ook uitdragen en uitleven. Je moet als het ware als een vader voor je mensen zijn. Zeker voor de mensen binnen je gemeente.
Mannen die een gezin hebben, weten hoe moeilijk het soms al is om een vader voor zijn eigen gezin te zijn. Stel je voor dat je tientallen, of zelfs honderden mensen in je gezin hebt zitten. Ook binnen je eigen gezin mopperen je kinderen, terwijl je het beste met ze voor hebt. Dat gebeurt dus in veelvoud binnen een gemeente. En blijf dan maar eens een vriendelijke, liefdevolle vader!
Abonneren op:
Posts (Atom)
Aanbevolen post
Elke dag sterven we.
De bijbel staat vol met geweldige teksten. Teksten voor bemoediging, voor troost, hoop, of gewoon om je geluk te delen. Maar de bijbel beva...
-
Vandaag zijn mijn vrouw en ik 12,5 jaar getrouwd. Dankbaar zijn we voor de jaren die Hij ons gegeven heeft, en ook dankbaar voor het fe...
-
In een wereld die voortdurend verandert en waarin onzekerheid vaak de boventoon voert, biedt het christelijk geloof een tijdloos anker. Het ...
